Excursie

Excursie Emslandkampen

Excursie Emslandkampen 16 april 2011

Zaterdag 16 april 2011 heeft de zeer geslaagde RHG-excursie langs de concentratiekampen uit WO-II in het Duitse grensgebied met Drenthe en Groningen plaatsgevonden. Het aantal deelnemers bedroeg 48, waaronder enkele ‘gasten’. De excursie stond onder leiding van Pieter Albers, auteur van het veelgeprezen boek ‘Gevangenen in het veen’.

De bus vertrok om 8.30 uur bij het Toeristisch Informatiepunt (TIP) bij de molen in Rolde. Onderweg naar de grensovergang Zwartemeer vertelde Albers over het fenomeen Emslandlager en hoe zijn interesse destijds is gewekt voor dit vrijwel onbekende, maar belangrijke hoofdstuk uit de regionale geschiedenis. In totaal zijn in Emsland 15 kampen ingericht. Ze zijn als een ‘kralensnoer’ aangelegd langs een ‘Nord-Süd’ Strasze (parallel aan huidige A31), die diende als hoofdontsluiting van het toen nog ontoegankelijke grensgebied. De eerste kampen zijn al opgericht in 1932 voor vrijwillige veenarbeiders en vanaf 1933 voor de opvang van politieke tegenstanders van het Hitler-regiem. In de oorlog zijn hier verzetstrijders en Poolse en Russische krijgsgevangenen geïnterneerd, later ook vervolgden op basis van ras en religie. Zij werden onder erbarmelijke omstandigheden te werk gesteld in de ontginning van de grote hoogveenmoerassen in het grensgebied. In de kampen zijn meer dan 30.000 mensen, waaronder ca. 26.000 Russische krijgsgevangenen, omgekomen door ontbering en gebrek aan medische verzorging.

De eerste stop was bij Kriegsgräberstätte Versen (kamp nr. 9) ten noorden van Meppen, nu een jeugdgevangenis. Een originele barak was tot voor kort in gebruik als kantine van de plaatselijke rijvereniging.

De volgende stop was bij Kriegsgräberstätte Wesuwe (kamp nr. 8). Hier zijn 8.000 à 16.000 Russische krijgsgevangenen omgekomen. Een beklemmende gewaarwording, dat de niet geruimde massagraven onder de huidige akkers liggen. Pieter Albers vertelde hier het indrukwekkende verhaal van een tiener uit de regio Emmen, die bij het begin van de oorlog dacht aan de Arbeitseinsatz te kunnen ontkomen door bij een Duitse boer in het grensgebied te gaan werken. Zijn noodlot was, dat hij als jonge knaap met paard en wagen van de boer werd ingeschakeld bij de ‘dagelijkse’ afvoer van de doden van kamp 8. Na de oorlog heeft hij zijn herinneringen kunnen verdringen, totdat hij op 70-jarige leeftijd na een operatie onder narcose werd bevangen door dagelijkse nachtmerries over de gruweldaden, waaraan de Russische krijgsgevangen werden blootgesteld en hij in zijn jeugd getuige van was. Om van de nachtmerries af te komen is hij in Rusland op zoek gegaan naar overlevenden van kamp 8, met als doel zijn ervaringen met hen te delen. Zijn zoektocht bleef zonder resultaat. In Rusland bleek men na de oorlog geen krijgsgevangenen te ’kennen’. Het leger accepteerde slechts overwinnaars en gesneuvelden. Krijgsgevangenen werden na thuiskomst direct weer gedeporteerd naar de strafkampen in Siberië. Zij verdwenen daarmee andermaal in de anonimiteit.

De koffiepauze met Kuchen werd genoten in Gasthaus Kocks-Geers in Rütenbroch.

In voormalig kamp Oberlangen (nr. 6) zijn o.a. 1728 soldaten uit het ondergrondse Poolse vrouwenleger gevangen gezet. Mooi detail uit het verhaal van Albers: het Poolse leger heeft in april 1945 Zuidoost-Drenthe bevrijd. In Emmen kreeg men informatie over de vrouwelijke gevangenen in Oberlangen. De geallieerde opmars voorzag niet in een zijspoor via het Emsland. Toch stonden de Polen er op, dat zij hun eigen vrouwelijke soldaten mochten bevrijden. Na hun bevrijding op 10 april 1945 zijn de Poolse vrouwelijke soldaten nog zo’n drie jaar in de omgeving van het Duitse stadje Haren gehuisvest. Men wilde de thuisreis nog niet aanvaarden, omdat Polen nu was bezet door het Russische leger. Haren werd omgedoopt tot Maczkow, genoemd naar de Poolse commandant van de Eerste Poolse Tankdivisie. De stad werd een Poolse enclave met een Poolse burgemeester, stadsraad en voorzieningen.

Bij voormalig kamp Neusustrum (nr. 5) is een wandeling gemaakt naar het in 1933 door gevangenen gegraven ‘Zwanenmeer” (genoemd naar een op een eilandje broedend zwanenpaar). Het nu idyllisch gelegen meertje is aangelegd voor de verpozing van de kampbewakers. Vlak bij het meertje staat een overblijfsel van een ‘Ehrendenkmal’ voor de Führer. Het gedenkteken is na de oorlog ontdaan van de nazisymbolen (hakenkruis en cirkel met adelaar) en de ‘vererende’ tekst is geneutraliseerd.

Onderweg in de bus liet Albers het lied ‘Wir sind die Moorsoldaten” horen en fragmenten van de radiodocumentaire van de NOS uit 1995 over de Emslandkampen. De documentaire bevat indrukwekkende gesprekken met overlevenden uit de kampen. De werkelijkheid van de schokkende details zijn anno 2011 niet te bevatten.

De lunch vond plaats in het Dokumentations- und Informationszentrum (DIZ) Emslandlager in Papenburg. Directeur Kurt Buck verwelkomde ons en vertelde over de historische ontwikkelingen van de Emslandkampen, het ‘hoe en waarom’ van het DIZ, het in aanbouw zijnde nieuwe museum en de Duits-Nederlandse samenwerking om het verhaal van de Emslandlager ‘levend’ te houden. Na de lunch en een film kon het centrum worden bezichtigd.

Bij voormalig kamp Aschendorfermoor (nr. 2) werd volstaan met een korte busstop, omdat er weinig overblijfselen in het terrein zijn. Albers vertelde hier het verhaal van het schrikbewind in de nadagen van de oorlog van korporaal Willi Herold, de beul van het Emsland.

Nog indrukwekkender was het aansluitende verhaal, dat introducé Kees Fielstra (1943) uit Apeldoorn in de bus vertelde. Fielstra’s ouders woonden in oorlog in Groningen. Vader Cornelis Pieter Fielstra zat in het verzet en was lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. De verzetsgroep is verraden en op 21 april 1945 vlak bij de Duitse grens gevangen genomen door de Gestapo. De groep van vijf personen werd overgebracht naar Leer, waar juist de moordenaarsbende van Herold was neergestreken. Na een kort schijnproces door de groep Herold op 25 april werden de Groningers ter dood veroordeeld voor spionage en hoogverraad. De verzetstrijders moesten hun eigen graf graven en werden daarna neergeschoten. Kees Fielstra heeft zijn vader dus niet gekend. Zijn moeder heeft hem nooit meer willen vertellen, dan dat vader is omgekomen in het verzet. Pas in 2010 ontdekt hij op 67-jarige leeftijd bij lezing van het boek van Albers het echte verhaal van de dood van zijn vader (blz. 147-148). Hij is nog in 2010 met ‘een foto van vader in de hand’ een verdere speurtocht gestart via het stadsarchief van Leer. Hij heeft alle medewerking gekregen van de Duitse autoriteiten en met hen de executieplaats van vader bezocht. Volgens hem een zeer emotionele ervaring, ook voor de betrokken Duitse medewerkers. Je kon tijdens verhaal van Kees Fielstra een speld horen vallen in de bus.

De laatste busstop betrof voormalig kamp Esterwegen (nr. 7). Er is een wandeling gemaakt langs diverse grafmonumenten, waaronder die voor de hier in 1938 gestorven Carl von Ossietzky, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede 1936. De begraafplaats ligt cynisch genoeg op het toponiem ‘Teufelsberg’. In de omgeving van Esterwegen wordt volgens planning in oktober 2011 het nieuwe DIZ over de Emslandkampen geopend.

Het aandeel van Pieter Albers in de excursie werd muzikaal afgesloten. Op muziek van componist Andrew Lloyd Webber zong sopraan Charlotte Church een schitterende uitvoering van het requiem ‘Pie Jesu’. Muziek om de adem bij in te houden, zeker als afsluiting van deze dag.

Tegen 17.30 uur naderde Rolde weer. Voorzitter Lukas Hoven vatte de excursiedag samen. De voorbereidende lezing van Pieter Albers op 7 oktober 2010, zijn toelichtingen in de bus en op locatie, de zichtbare en onzichtbare herinneringen in het terrein, het bezoek aan het DIZ in Papenburg en het imponerende verhaal van ‘kind’ Kees Fielstra geven een prachtig samenhangend beeld van een ten onrechte ‘vergeten’ hoofdstuk uit WO-II. Dank aan Ali Stokker en Thale Lesschen voor de organisatie van deze onvergetelijke reis.